Belastingvrije voortzetting van de vaste (reis) onkostenvergoeding voor thuiswerken tijdens coronacrisis loopt in 2021 af

vastberaden lachende zakenman met laptop op straat

Veel werknemers ontvangen maandelijks een vaste (reis) onkostenvergoeding van hun werkgever. Als gevolg van de huidige Corona-maatregelen moeten medewerkers zoveel mogelijk vanuit huis werken, wat gevolgen kan hebben voor deze vergoeding.

Tijdelijke goedkeuring: kosten kunnen onbelast blijven

Om dit te voorkomen heeft staatssecretaris Vijlbrief van Financiën in het Besluit noodmaatregelen coronacrisis goedgekeurd dat werkgevers de vaste reiskostenvergoeding als reisdagen mogen blijven beschouwen en de vaste vergoeding mogen blijven baseren op de feiten en omstandigheden waarop de vergoeding is gebaseerd.

Zij kunnen deze vergoeding gericht vrijstellen en zo de reiskosten onbelast doorbetalen. Werkgevers mogen de vaste onkostenvergoedingen ook blijven baseren op de feiten en omstandigheden waarop de vergoeding is gebaseerd.

Voorwaarde voor goedkeuring

Zowel de vaste reiskostenvergoeding als de vaste onkostenvergoeding zijn onder voorbehoud van instemming indien er vóór 13 maart 2020 een onvoorwaardelijk recht op de vergoeding bestond.

De Belastingdienst gaat in 2020 flexibel om met werkgevers die door de coronaire maatregelen niet aan een administratieve verplichting kunnen voldoen. Zo is het tijdig identificeren van een nieuwe medewerker tijdens de coronacrisis niet altijd mogelijk. Normaal gesproken moet de werkgever dan het anonimiteitstarief toepassen. Hij mag dit nu onder bepaalde voorwaarden achterwege laten.

De goedkeuring loopt af op 1 januari 2021

Staatssecretaris Vijlbrief geeft in de update van het Besluit noodmaatregelen coronacrisis aan dat deze goedkeuringen pas gelden voor 2020 en aflopen op 1 januari 2021.

Werkgevers dienen het reispatroon van de werknemer te bepalen vanaf 1 januari 2021.

Door het aflopen van de goedkeuringen zullen werkgevers volgend jaar het (gewijzigde) woon-werkpatroon van hun werknemers moeten bepalen. Ze moeten dit toetsen aan de eis van 36 weken of 128 dagen en kijken of ze nog een vaste vergoeding kunnen geven. Werkgevers kunnen ook de kosten van woon-werkverkeer vergoeden op basis van de werkelijk gereisde dagen.

Bovendien kunnen werkgevers vanaf 1 januari 2021 de kleine onkosten voor thuiswerkdagen niet meer vergoeden. Door meer vanuit huis te werken zijn de feiten en omstandigheden voor veel werkgevers veranderd. Zij zullen dus moeten beoordelen of de onderbouwing voor de vergoeding in 2021 nog voldoende is.

Deel dit artikel:

Deel op facebook
Deel op twitter
Deel op linkedin

gerelateerde berichten

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *