Maakt een nieuwe aanvraag voor de 30% regeling een kans als een eerdere aanvraag in het verleden is afgewezen (en meer specifiek als de regeling sindsdien is gewijzigd)?

U bent hier:
  • KB Home
  • 30% regeling
  • Rechtszaken
  • Maakt een nieuwe aanvraag voor de 30% regeling een kans als een eerdere aanvraag in het verleden is afgewezen (en meer specifiek als de regeling sindsdien is gewijzigd)?

Bron: Hooggerechtshof 19 juni 2015

Voor werknemers uit het buitenland met specifieke expertise is er een speciaal voordeel: de 30%-uitspraak. Soms wordt de aanvraag alleen ingediend als de werknemer enige tijd in dienst is, terwijl de regeling sinds de indiensttreding is aangepast. Welke regels moeten gelden om te beoordelen of de werknemer aan de voorwaarden voldoet?

In 2011 sluit de heer P. een arbeidsovereenkomst met een in Nederland gevestigde werkgever. P, geboren in 1984, heeft de Portugese nationaliteit en heeft een universitair masterdiploma behaald in Portugal. Het bruto jaarsalaris van P bedraagt € 34.993. In 2013 heeft P de aanvraag van de 30%-uitspraak ingediend. De belastinginspecteur wijst de aanvraag af.

In hoger beroep moet Zeeland-West-Brabant beoordelen of P voldoet aan de specifieke deskundigheidseis (artikel 10eb Uitvoeringsbesluit Loonbelastingwet), met andere woorden: of hij over de vereiste specifieke vaardigheden en ervaring beschikt. Het is de vraag of dit moet worden beoordeeld aan de hand van de criteria die gelden in het jaar waarin de arbeidsovereenkomst is gesloten (2011), of op basis van de gewijzigde criteria die gelden in het jaar waarin de aanvraag voor de 30%-uitspraak ingediend (2013). Dat P niet voldoet aan de voorwaarden volgens de criteria van 2011, staat buiten kijf.

Volgens de Rekenkamer dient de toetsing volgens de jurisprudentie van de Hoge Raad (HR 28 april 2006) te geschieden volgens de in het jaar van binnenkomst geldende voorschriften. In het geval van P is dat 2011. En omdat P niet over de vereiste vaardigheden en ervaring beschikt volgens de regelgeving in 2011, wordt de aanvraag voor de 30%-uitspraak terecht afgewezen, aldus het Hof.

In cassatie stelt P dat artikel 10eb Uitvoeringsbesluit Loonbelastingwet per 1 januari 2012 is gewijzigd. Deze wijzigingen hebben rechtstreekse werking en de rechtbank negeert dit volgens P. Sinds 1 januari 2012 is ontheffing mogelijk voor de specifieke deskundigheid vereiste voor medewerkers met een universitair masterdiploma die jonger zijn dan 30 jaar en meer verdienen dan een bepaald salaris (in 2013: € 27.190). P voldoet aan de voorwaarden voor toepassing van deze vrijstelling.

De Hoge Raad is van mening dat de gedachte achter de 30%-uitspraak erin bestaat bedrijven in staat te stellen werknemers met schaarse expertise aan te trekken door een voorziening te bieden waardoor het netto besteedbaar salaris wordt verhoogd. In lijn met deze gedachte moet worden nagegaan of de werknemer op het moment van het aangaan van de arbeidsovereenkomst over de vereiste specifieke deskundigheid beschikt. Op dat moment moet de binnenlandse werkgever immers concurreren met buitenlandse werkgevers en profiteren van het bestaan van de voorziening.

Het tijdstip van sluiting van de arbeidsovereenkomst is mede bepalend voor de vraag welke regeling moet worden toegepast. De beoordeling van de deskundigheid dient volgens de Hoge Raad op dat moment te geschieden. Dat is ook het geval als pas op een later tijdstip de aanvraag voor de 30%-uitspraak is ingediend en de regeling nu is gewijzigd.

Het tijdstip van totstandkoming van de arbeidsovereenkomst is doorslaggevend. De bijzondere aard van de regeling, een doorlopende voorziening, laat geen ruimte voor monitoring op basis van achteraf gewijzigde regelgeving. De huidige situatie wordt exact beschreven in het vraag- en antwoorddecreet van de staatssecretaris van Financiën van 23 augustus 2013.

In dit geval was de gewijzigde regelgeving het belangrijkste aspect van de discussie. Maar ook als de eerste arbeidsovereenkomst na 1 januari 2012 is gesloten en de aanvraag destijds is afgewezen omdat het salaris niet hoog genoeg was (sinds 1 januari is een bepaald salaris vereist om in aanmerking te komen voor de 30%-regeling), een latere salarisverhoging of wijziging van werkgever waarbij de nieuwe werkgever een hoger salaris aanbiedt, zal de werknemer niet ineens in aanmerking komen voor de 30%-regeling. Alleen relevant is de situatie op de datum van sluiting van de arbeidsovereenkomst. Latere wijzigingen hebben geen positief effect. Hetzelfde als de werknemer op het moment van de migratie naar Nederland geen inkomende werknemer was. Indien na aankomst in Nederland een baan wordt gevonden is de uitspraak niet van toepassing.

Inhoudsopgave

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *