30% regeling
In ons land bestaat veel behoefte aan hoog opgeleid personeel. Helaas is dit personeel niet altijd beschikbaar en dient er in het buitenland te worden gezocht naar de geschikte kandidaat voor de openstaande vacature. Een buitenlandse werknemer zal echter worden geconfronteerd met extra kosten indien er een verhuizing naar Nederland plaatsvindt zoals bijvoorbeeld extra kosten van huisvesting, hogere kosten van levensonderhoud, reizen terug naar het eigen land, het volgen van taallessen etc. Om nu te voorkomen dat een werknemer vanwege deze hogere kosten niet naar Nederland komt heeft de wetgever besloten toe te staan dat de werkgever deze zogenaamde extraterritoriale kosten vrij kan vergoeden. Dit leidt dan wel weer tot een extra bewijslast voor de werkgever. Om dit te verzachten is de 30% regeling bedacht. Indien de werknemer aan bepaalde voorwaarden voldoet kan de werkgever 30% van het brutoloon belastingvrij uitbetalen. In dat geval hoeft door de werkgever (en de werknemer) geen specifiek bewijs te worden geleverd dat bepaalde extraterritoriale kosten zijn gemaakt.
Expatax is zeer goed in staat om u te begeleiden bij de aanvraag voor de 30% regeling. De regeling is reeds vele malen door ons aangevraagd en ons slagingspercentage is bijzonder hoog. Zo verzorgen wij uiteraard de aanvragen voor de werkgevers (en werknemers) waarvoor wij de salarisadministratie doen maar doen dit tevens voor individuele werknemers, recruitment agencies en andere bedrijven. Indien u assistentie nodig heeft bij de aanvraag voor een van uw werknemers neemt u dan ook gerust contact met ons op.
Wettekst
De wet zegt het als volgt in lid 1 letter j van art. 15a van de Wet Loonbelasting 1964:
Tot de vrije vergoedingen behoren vergoedingen, in redelijkheid, ter zake van extra kosten van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst (extraterritoriale kosten), met dien verstande dat voor bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen groepen werknemers die door een inhoudingsplichtige van buiten Nederland in dienstbetrekking worden genomen of buiten Nederland worden uitgezonden, onder daarbij te stellen voorwaarden, geldt dat vergoedingen van kosten van verblijf buiten het land van herkomst – voor van buiten Nederland in dienstbetrekking genomen werknemers gedurende ten hoogste tien jaar – ten minste worden beschouwd als vergoeding voor extraterritoriale kosten tot ten hoogste 30 percent van het loon en de vergoeding voor extraterritoriale kosten, alsmede tot het bedrag van de daarbij aan te wijzen schoolgelden.
Dus voor bepaalde aangewezen groepen werknemers kan een belastingvrije vergoeding worden betaald maar kunnen ook de kosten van een internationale school voor de kinderen van de buitenlandse werknemer belastingvrij worden vergoed.
In hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Loonbelasting 1965 wordt de regeling nader toegelicht.
Hoofdstuk 3. Vrije vergoedingen en verstrekkingen; extraterritoriale werknemers
Artikel 8
- 1. In dit hoofdstuk en de daarop berustende regelingen zijn de volgende definities van toepassing.
- 2. Verstaan wordt onder:
- a. extraterritoriale werknemers: ingekomen werknemers en uitgezonden werknemers;
- b. ingekomen werknemer: door een inhoudingsplichtige uit een ander land aangeworven, of naar een inhoudingsplichtige gezonden werknemer in de zin van artikel 2 van de wet, met een specifieke deskundigheid die op de Nederlandse arbeidsmarkt niet of schaars aanwezig is;
...
6. Schoolgelden zijn uitgaven voor het door kinderen van de extraterritoriale werknemer volgen van basisonderwijs of voortgezet onderwijs aan internationale scholen en internationale afdelingen van niet-internationale scholen, tot de bedragen die door de school overeenkomstig haar tarieven voor onderwijs in rekening worden gebracht, met uitzondering van kosten van kost en inwoning maar met inbegrip van vervoerskosten. - a. extraterritoriale werknemers: ingekomen werknemers en uitgezonden werknemers;
Artikel 9
- 1. Vergoedingen en verstrekkingen aan extraterritoriale werknemers van kosten, respectievelijk ter voorkoming van kosten van verblijf buiten het land van herkomst worden, ten aanzien van ingekomen werknemers op gezamenlijk verzoek van de werknemer en de inhoudingsplichtige, in elk geval beschouwd als vergoeding voor extraterritoriale kosten tot (bewijsregel):
- a. 30% van de grondslag, waarbij de grondslag is de som van het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking ter zake van het verblijf buiten het land van herkomst voorzover de ingekomen of uitgezonden werknemer ter zake geen recht heeft op voorkoming van dubbele belasting, en de vergoeding voor extraterritoriale kosten;
- b. het bedrag van de schoolgelden.
- a. 30% van de grondslag, waarbij de grondslag is de som van het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking ter zake van het verblijf buiten het land van herkomst voorzover de ingekomen of uitgezonden werknemer ter zake geen recht heeft op voorkoming van dubbele belasting, en de vergoeding voor extraterritoriale kosten;
- 2. In geval van verstrekkingen zijn de waarderingsregels krachtens artikel 13 van de wet van toepassing.
Artikel 9a
- 1. Bij de beoordeling of een ingekomen werknemer specifieke deskundigheid bezit die op de Nederlandse arbeidsmarkt niet of schaars aanwezig is, wordt in onderlinge samenhang rekening gehouden met de volgende factoren, voorzover relevant:
- a. het niveau van de door de werknemer gevolgde opleiding;
- b. de voor de functie relevante ervaring van de werknemer;
- c. het beloningsniveau van de onderhavige functie in Nederland in verhouding tot het beloningsniveau in het land van herkomst van de werknemer.
- a. het niveau van de door de werknemer gevolgde opleiding;
- 2. Een werknemer van het middenkader of hoger kader van een internationaal concern met ten minste twee en een half jaar ervaring in dat concern die in het kader van roulatie wordt uitgezonden naar Nederland, wordt geacht specifieke deskundigheid te bezitten die op de Nederlandse arbeidsmarkt niet of schaars aanwezig is.
Artikel 9b
- 1. Voor ingekomen werknemers bedraagt de looptijd van de bewijsregel maximaal tien jaar, ingaande op de eerste dag van de tewerkstelling door de inhoudingsplichtige.
- 2. Voor uitgezonden werknemers is de looptijd van de bewijsregel gelijk aan de duur van de uitzending.
Artikel 9c
- 1. Indien een ingekomen werknemer tijdens de looptijd een andere inhoudingsplichtige krijgt, blijft op gezamenlijk verzoek van de werknemer en de nieuwe inhoudingsplichtige de bewijsregel gedurende de resterende looptijd van toepassing, mits de periode tussen het einde van de tewerkstelling door de oude inhoudingsplichtige en de aanvang van de tewerkstelling door de nieuwe inhoudingsplichtige niet langer is dan drie maanden.
- 2. Bij een dergelijk verzoek moet door de nieuwe inhoudingsplichtige opnieuw aannemelijk worden gemaakt dat de werknemer behoort te worden aangemerkt als ingekomen werknemer.
Artikel 9d
- 1. Indien de ingekomen werknemer niet langer specifieke deskundigheid bezit die op de Nederlandse arbeidsmarkt niet of schaars aanwezig is, wordt de looptijd verminderd tot op het moment waarop deze situatie zich gaat voordoen, maar tot op niet minder dan vijf jaar.
- 2. Met ingang van het zesde jaar van de looptijd kan de inspecteur de inhoudingsplichtige verzoeken aannemelijk te maken dat de werknemer nog steeds behoort te worden aangemerkt als ingekomen werknemer.
- 3. Indien de inhoudingsplichtige met ingang van het zesde jaar van de looptijd aannemelijk maakt dat de werknemer op dat moment nog steeds behoort te worden aangemerkt als een ingekomen werknemer, is het tweede lid gedurende de resterende looptijd niet meer van toepassing.
Artikel 9e
- 1. Indien de ingekomen werknemer voorafgaand aan de aanvang van de tewerkstelling als ingekomen werknemer door de inhoudingsplichtige, in Nederland is tewerkgesteld of is verbleven, wordt de looptijd verminderd met de perioden van eerdere tewerkstelling en eerder verblijf.
- 2. Perioden van eerdere tewerkstelling en eerder verblijf die meer dan vijftien jaar voorafgaand aan de tewerkstelling zijn geëindigd, worden niet in aanmerking genomen.
- 3. Perioden van eerdere tewerkstelling en eerder verblijf die meer dan tien jaar maar minder dan vijftien jaar voorafgaand aan de tewerkstelling zijn geëindigd, worden niet in aanmerking genomen indien de ingekomen werknemer in de periode van tien jaar niet in Nederland is tewerkgesteld of is verbleven.
- 4. Voor de toepassing van het derde lid is de ingekomen werknemer niet in Nederland tewerkgesteld indien hij in elk kalenderjaar van de periode van tien jaar maximaal 20 dagen hier te lande heeft gewerkt.
- 5. Voor de toepassing van het derde lid is de ingekomen werknemer niet in Nederland verbleven indien hij in elk kalenderjaar van de periode van tien jaar in totaal niet langer dan zes weken in Nederland is verbleven wegens vakantie, familiebezoek of andere persoonlijke omstandigheden, waarbij in de periode van tien jaar eenmalig een periode van maximaal drie aaneengesloten maanden in Nederland wegens vakantie, familiebezoek of andere persoonlijke omstandigheden niet in aanmerking wordt genomen.
Artikel 9f
Indien een verzoek om toepassing van de bewijsregel als bedoeld in artikel 9h niet is gedaan binnen vier maanden na aanvang van de tewerkstelling als ingekomen werknemer door de inhoudingsplichtige, wordt de looptijd verminderd met de periode tussen het tijdstip waarop de ingekomen werknemer door de inhoudingsplichtige is tewerkgesteld en het tijdstip waarop de beschikking, bedoeld in artikel 9h, voor het eerst van toepassing is.
Bij vermindering van de looptijd volgens dit hoofdstuk wordt een periode waarmee de looptijd wordt verminderd naar boven afgerond op gehele kalendermaanden.
Artikel 9h
- 1. Een verzoek om toepassing of voortgezette toepassing van de bewijsregel ten aanzien van een ingekomen werknemer wordt gedaan aan de inspecteur. Deze beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.
- 2. Indien het verzoek is gedaan binnen vier maanden na aanvang van de tewerkstelling als extraterritoriale werknemer door de inhoudingsplichtige, werkt de beschikking terug tot en met de aanvang van de tewerkstelling als extraterritoriale werknemer. Indien het verzoek later is gedaan, is de beschikking van toepassing met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin het verzoek is gedaan.